Goedheid te over

20-02-2014

Interview met Caroline Jonker/Amsterdammer Helpt Amsterdammer

Sinds april 2013 brengt Het Parool elke zaterdag een verhaal van een minderbedeelde Amsterdammer die een dringende wens heeft. Dat kan een naaimachine zijn om zelf kleding te kunnen gaan maken, een frisse nieuwe matras, een relaxstoel of een dringend noodzakelijke tandartsbehandeling. ‘Er is enorm veel goedheid in de stad, dat merken wij door die rubriek,’ zegt Caroline Jonker, die samen met haar vriendin Nienke van den Hoek de spil is van Amsterdammer Helpt Amsterdammer.

‘De reacties die wij elke maandag in onze inbox vinden, zijn hartverwarmend. Van tevoren dachten wij: hoe komen we aan gevers. Maar die melden zich wel. Eigenlijk is het lastiger vragers te vinden. We zoeken via de voedselbank of via maatschappelijke instellingen en scholen. Mensen moeten wel een drempel over, omdat ze met hun hele verhaal én met een foto in de krant komen.’

Dan denk je: hoe moet je hier uitkomen

Is dat eigenlijk niet wat veel gevraagd, die openheid met foto en al? ‘Wij willen dat graag om zo de lezers de kans te geven zich echt in te leven in het verhaal. Een week later melden we in een kleiner stukje wie de uitgekozen gever was. Die persoon vertelt iets over wat het verzoek bij hem of haar losmaakte. En daar doen we dan ook een foto bij. Dat willen sommige gevers liever niet, maar als degene die de wens uit met een foto in de krant staat, ja, dan ook de gever.’

 Mensen die een wens indienen worden thuis bezocht. Geregeld vindt Jonker de armoedesituaties die ze aantreft beklemmend. ‘Dan denk je: hoe moet je hier in godsnaam uitkomen? Bijvoorbeeld alleenstaande moeders – die moeten voor hun kinderen zorgen, dus wat voor soort baan is er dan mogelijk. Of mensen die enorme schulden hebben, dat probleem speelt vaak. Sommige mensen zitten zo in een isolement dat ze zich helemaal niet meer realiseren dat iemand iets voor ze zou willen doen. Dat raakt ze dan enorm. Daar doe je het voor.’

Ze willen geen medelijden

In de krantenstukken wordt erop gelet dat de mensen niet zielig overkomen. ‘Ze willen geen medelijden. De rubriek heeft daarom een bepaalde luchtigheid, hoe erg sommige situaties in feite ook zijn. De wens die mensen uiten hoeft niet iets nuttigs te zijn, zoals een wasmachine – al zit dat er ook tussen. Maar we hadden ook een vrouw die haar vijftigste verjaardag wilde vieren. Het verhaal moet zodanig op de lezer overkomen dat die het de persoon in kwestie echt gunt om de wens in vervulling te zien gaan.’

Vaak herkent een gever zich in de situatie, zegt Jonker. ‘Dat is eigenlijk heel vaak het geval. Daarom is het belangrijk de afwisseling in de gaten te houden. De ene keer iemand die geld vraagt voor een operatie van zijn hond, de andere keer een moeder die graag de kamer van haar dochter wil opknappen omdat ze zich anders schaamt als de dochter vriendinnen thuis vraagt. In dat laatste geval reageerde een man die zelf ook door een alleenstaande moeder was opgevoed en die zei: ik heb daar nooit last van gehad. Dan geef je zo’n moeder nog iets extra’s mee.’

Je overbrugt de afstand tussen werelden

Door dat element van herkenning breng je echt verbindingen tot stand, je overbrugt de afstand tussen werelden, aldus Jonker. ‘Dat is voor ons een belangrijk doel van dit project. Dus het gaat niet alleen om die geldbedragen, we willen vooral de solidariteit tussen stadsbewoners gestalte geven. En tastbaar maken dat er in een welvarende stad als Amsterdam toch veel armoede is. Dat realiseren veel stadsbewoners zich helemaal niet.’

Jonker realiseert zich de beperkingen van Amsterdammer Helpt Amsterdammer. ‘Het is natuurlijk een speldenprikje. Er is zoveel ellende en armoede.’ Maar een nieuwe stap is al wel gezet: om ook via de website vragers en gevers met elkaar in contact te brengen. Want alleen de wekelijkse krantenrubriek voldoet niet langer. Daarvoor zijn er te veel wensen en noden van arme mensen – maar ook te veel gulle gevers die graag iets willen doen.

Hansje Galesloot

Big_shadow
Initiatief